Vlooien en teken bij de hond en de kat.

Het is alweer maart en zoals elk jaar betekend dit de start van het vlooien- en tekenseizoen. De temperaturen stijgen en de eieren van de vlo en de teek ontpoppen. Hoogst tijd om te starten met de preventieve bestrijding dus!

 

Hoe ziet een teek er uit?

Een teek is in tegenstelling tot wat vele mensen denken geen insect maar behoort tot de groep van de spinachtigen en de mijten. Ze kunnen erg variëren in grootte, van een speldenkopje groot tot wel twee centimeter. Ze hebben zwarte poten en kop, en een grijsachtig lijf.

Bij besmetting zal je meestal geen speciale veranderingen aan de hond of kat zien. De teek veroorzaakt geen jeuk tijdens de aanwezigheid op het lichaam van je huisdier. Eenmaal de teek voldaan is verlaat ze het lichaam. Dit laatste kan eventueel een lichte jeuk veroorzaken. De diagnose bij teken wordt voornamelijk gesteld wanneer de eigenaar een ‘raar bolletje’ in de vacht van het dier ontdekt, vaak tijdens het aaien of het borstelen.

Hoe herken je een vlooienbesmetting?

In de meeste gevallen zal je zelf niet zo snel een vlo aantreffen op het lichaam van je geliefde dier. Vlooien zijn namelijk erg snel, weten zich goed te verstoppen, en zijn niet altijd voortdurend aanwezig op je dier. Vaak is het zo dat ze zich in de omgeving bevinden en enkel op het dier springen om zich te voeden met bloed. Met een speciale vlooienkam is het soms wel mogelijk om toch enkele van deze vervelende beestjes terug te vinden. Je vindt ze het meest terug ter hoogte van de nek of de staartbasis.

Wat je wel kan aantreffen zijn een heleboel zwarte puntjes in de vacht, tegen de huid van je huisdier. Dit zijn de eitjes van het dier. Deze zijn diep in de vacht verstopt om hen af te schermen van het licht. Daarnaast kan dit ook de mest van de vlooien zijn. Wanneer je een wit papier neemt, dit onder je huisdier schuift en eens stevig door de haren wrijft, zie je al snel een heleboel huidschilfers, zwarte punten, stof, haar, … liggen. Als je dan enkele druppels water laat vallen, gaan de zwart/bruine stippen open tot een rode vlek. Dit komt omdat dit de mest van de vlo is, en deze bloed bevat. Bij dit resultaat is de kans groot dat je hond of kat een vlooienbesmetting heeft opgelopen.

Enkele andere typische kenmerken zijn dieren die onophoudelijk krabben, rollen en tegen zetels, stoelen, muren, … aanschuren.

De gevolgen van een tekenbesmetting.

Op zich lijkt een tekenbeet nogal onschuldig, van de beet op zich heeft je hond of kat weinig tot geen last. Het ‘braaksel’ van de teek kan echter schadelijke bacteriën bevatten. Om deze reden is het van groot belang om je hond of kat na elke wandeling en liefst zelfs elke avond te controleren. Dit is van belang omdat de teek zijn maag de eerste 24 uur dat ze aanwezig is nog niet in verbinding staat met je huisdier. Ze dus ook nog niet kan braken, want ze heeft zich nog onvoldoende gevoed op dit moment.

Ziekten die veroorzaakt kunnen worden door een besmette teek zijn onder andere de ziekte van Lyme (Borreliose) en Piroplasmose (Babesiose). Deze ziekten hebben beiden ernstige gevolgen en zijn moeilijk te behandelen.

De gevolgen van een vlooienbesmetting.

Bij een vlooienbesmetting ondervindt je hond of kat een zichtbare last. Wanneer de vlooien zich voeden met bloed veroorzaken ze een erge jeuk bij je huisdier waardoor ze onophoudelijk gaan krabben. Bij een ernstige vlooienbesmetting kan na langdurig krabben een hotspot ontstaan op de plaats waar het dier de meeste last ondervindt. Een hotspot is een plaats waarop de huid extreem geïrriteerd of beschadigd is, en vaak etterig wordt. Op deze plaats is er door het vele krabben dan ook weinig tot geen haar meer aanwezig.

Daarnaast heb je als bijgevolg van een vlooienbesmetting ook een verhoogde kans op een wormbesmetting. Dit komt omdat de vlo dient als tussengastheer. Dit wil zeggen dat de vlo de wormeitjes van de ene gastheer (huisdier 1) naar de andere gastheer (huisdier 2) brengt. Het is dus van groot belang om bij een vlooienbesmetting niet enkel de vlooien, maar ook de wormen aan te pakken.

Behandeling

Preventieve behandeling

De preventieve behandeling tegen zowel vlooien als teken bestaat uit het toedienen van een bescherming tegen vlooien en teken met de juiste actieve bestanddelen. De producten die u vindt in de supermarkt en de standaard dierenspeciaalzaak zijn minder goed, aangezien deze geen geneesmiddelen mogen verkopen, en daarom de samenstelling van hun producten vaak essentiële actieve bestanddelen ontbreken.

De goede producten kan u enkel aanschaffen bij een dierenarts of een apotheek. Het is belangrijk dat u uw dier behandeld naargelang het gewicht van uw dier. Bij onderdosering creëer je namelijk enkel maar resistentie. U kan het best starten met de preventie vanaf eind februari of begin maart, en dit tot eind oktober. Meestal worden de producten toegediend met een interval van 6 weken, maar omdat dit kan variëren van product tot product is het aangeraden de raad van de dierenarts op te volgen of de bijsluiter te raadplegen.

Behandeling bij besmetting

Bij besmetting kan de behandeling variëren naargelang de ernst van de besmetting. Eens er een hot-spot aanwezig is kan het nodig zijn om het haar ruim weg te scheren rondom de aangetaste plaats, maar het is ook mogelijk dat de hot-spot enkel hoeft ontsmet te worden. Hoe dan ook, hot-spot of niet, moet het dier behandeld worden tegen vlooien en teken. Dit kan op verschillende manieren gebeuren. Er bestaan sprays waarmee de hond (naargelang zijn gewicht) bevochtigd wordt, waardoor de vlooien/ teken onmiddellijk zullen sterven. Daarnaast kan de behandeling ook gebeuren met pipetten die in de hals (tussen de schouderbladen) worden aangebracht of via orale tabletten. In het geval van een besmetting is het vaak nodig om sneller dan bij de preventieve behandeling, opeenvolgend te behandelen. Om te weten hoeveel tijd u tussen de verschillende behandelingen moet laten dient u uw dierenarts te contacteren. Daarnaast is het ook aangewezen om alle dekens, kussens, … goed te stofzuigen en te wassen, aangezien vlooien zich vaak schuilhouden in de omgeving.

Bij een tekenbesmetting is het zo dat de teek zo snel mogelijk verwijderd moet worden, liefst binnen de 24 uur. Het is belangrijk dat dit op een correcte manier gebeurd, zodat de maaginhoud van de teek niet terecht komt in uw huisdier, en zodat er geen restanten van de teek blijven zitten. Dit laatste kan namelijk zorgen voor een abcesvorming. Wanneer u zelf nog nooit een teek verwijderd heeft is het aan te raden om raad te vragen aan uw dierenarts. Daarnaast bestaan er ook speciale tekentangen, maar deze zijn niet altijd even makkelijk in gebruik. Controleer na het verwijderen ook nog eens of er nog andere teken aanwezig zijn op uw dier.

Meest vatbare plaatsen voor teken

Teken zijn vooral aanwezig dicht bij water, maïsvelden, struikgewassen, bossen en hoge grassen. Het is dus zeker aangeraden om uw hond na elke wandeling toch even te controleren.

 

Moraal van het verhaal: liever voorkomen dan genezen!